Als je de papieren krant nog leest, dan zal het je niet onbekend in de oren klinken hoe gedachteloos je de bladzijden omslaat. Iedere kop die je leest en ieder bericht wat door die kop je aandacht trekt wordt na het lezen direct onderdeel van wat geweest is. Het is daarom best wel gek dat die berichten “nieuws” heten, want op het moment dat je ’t leest is het eigenlijk niet nieuw meer.
Dat geldt ook voor rouwberichten. Ik lees zelf geen papieren kranten meer, maar toen ik dat nog wel deed, sloeg ook ik met het grootste gemak die bladzijden om. Er bleef natuurlijk wel eens eentje hangen — een jong overledene of iemand die je van een afstandje kende — maar door de bank genomen was andermans sterven al vrij vlot oud nieuws en da’s best een kille gedachte als je je bedenkt dat de mensen áchter zo’n advertentie de rest van hún voortbestaan moeten leren leven met wat er in zo weinig woorden in jouw ochtendkrantje stond opgetekend die dag.
Dat verdriet echt een leven lang kan duren had ik nooit zo in de gaten … totdat het me overkwam. De scherpste randjes gaan en zijn er echt wel af, maar in onbewaakte ogenblikken kan het gevoel van rouw, van verlies en gemis, je ineens weer even heel diep in de ziel snijden en niemand die dat ziet. Je vraagt je af of mensen dat begrijpen, dat op sommige dagen het rouwproces weer van voren af aan begint. Het gaat sneller, want we hebben natuurlijk al heel lang kunnen trainen hoe we die gevoelens het snelst weer in hun doosje stoppen, maar alle gevoelens passeren wel degelijk weer de revue.
Het is niet erg, dat weet ik. Rouw mag er zijn. Het heeft geen houdbaarheidsdatum en je kunt het niet verkeerd doen, wat een ander er ook van vindt of zegt, maar het is soms een eenzaam en onverklaarbaar gevoel. Dat je na zoveel jaren ineens weer aan de start staat van het rouwproces en in tegenstelling tot toen, zijn er maar weinig mensen die met je mee rouwen. Ook dat is niet erg. Het is zelfs een gegeven en het is maar goed ook dat wij, als mensen, niet iedere dag stilstaan bij het leed en het verdriet van andere mensen. We zouden geen leven hebben als dat wel zo was en geen leven hebben klinkt dan weer verdacht veel als sterven en dát kan de bedoeling niet zijn, toch?
Als iemand die je liefhebt overlijdt, dan sterft iets in ons met hen mee en het is juist dát stukje wat een eigen graf krijgt diep in ons wezen, maar niemand die het ooit bezoekt behalve jij en zelfs dát is voor heel veel mensen geen gewoonte. Ik voel me bezwaard als ik het wél doe, omdat die bezoekjes vaak van invloed zijn op wat ik doe, zeg en wil op zo’n dag en dat staat vaak haaks op hetgeen er van me verwacht wordt. Ik vraag me dan ook regelmatig af of de weinige aandacht voor het stukje wat stierf — voor de mensen voor wíe het stierf — een vrijwillige keuze is of dat het wordt afgedwongen door de gedachte (die natuurlijk geheel van mezelf is) dat andere mensen er wel iets van zullen vinden als ik na zestien jaar nog zeg dat ik er vandaag eigenlijk niet zo veel zin in heb en dat ik liever even niet mee doe.
Vandaag heb ik de keuze gemaakt om aan dat gevoel toe te geven. Het mag er zijn. Rouw kent immers geen houdbaarheidsdatum en je kunt het niet verkeerd doen, maar het blijft soms een eenzaam en onverklaarbaar gevoel…